ilyaantje

Ja, zo heb je dus een eigen weblog! Ik heb natuurlijk ook helemaal niets anders te doen:) Maar misschien leuk genoeg om in mijn drukke bestaan te proppen.

maandag, juni 28, 2010

Advokaat met slagroom




Gisteren zou mijn oma 96 jaar geworden zijn. Op hoogtijdagen verwende ze zichzelf met een advokaatje met slagroom. Een miniskuul glaasje, een evenzo klein lepeltje, dat rustte en wachtte op een volgende hap. Rustig aan, zo verdubbelde ze de gunst aan zichzelf.

En zo stond er gisteren ter nagedachtenis en de viering van haar leven, een fles advokaat te pronken, tussen barbequevlees en gerei. We hebben er niets van geproefd, tis zo uit de tijd, maar de gele fles verbond ons met haar. Mij met haar.


Mijn oma heeft een hard leven gehad. Op elfjarige leeftijd was ze wees. Na een tijdje in een weeshuis te hebben gezeten, kwam ze uiteindelijk weer bij familie terecht en werd ze grootgebracht door haar tante - de zus van haar moeder. Al vroeg in haar leven, leerde ze dat ze veelal op zichzelf was aangewezen. Hoe ze zich staande kon houden, door te zetten, niet te flauw te zijn, nooit op te geven.


Zoals in veel levens, kwam er toch geluk voor haar. Ze trouwde, was dertien keer zwanger en kreeg tien gezonde kinderen, waaronder een tweeling. Tussen haar eerste en haar laatste in leven gebleven kind, zat 17 jaren.

Het waren hoogtijdagen, maar dan ànders. Een groot arbeidersgezin, dat alleen maar kon functioneren, als iedereen zijn of haar steentje bijdroeg. Haar kinderen droegen haar op handen en hadden respect voor haar, ondanks het feit dat ze regeerde met ijzeren hand. Voor iedereen in het gezin was ruimte, maar ook een taak. Ik herinner me verhalen van mijn vader - schoenenpoetsen, konijnen verzorgen en uiteindelijk villen. Aardappels verbouwen en in een rijper stadium in de pan hakken. De ouderen verzorgden de jongeren, om zo het gewicht van de tijd te verlichten. De oudste kinderen, werkten vanaf hun 14e en hadden geen keus. De jongsten hebben gestudeerd. Iedereen was gelijk en het motto was en bleef, wat mijn oma al vroeg had geleerd -niet te flauw.

Tegelijkertijd wist ze het voor elkaar te krijgen, dat het gezin ongelofelijk hecht was en bleef. Gezelligheid was vanzelfsprekend en daar werkte iedereen aan mee - Het hele gezin bij elkaar op zondagmiddag. Mooie en warme herinneringen!


Ik herinner me de Sinterklaasvieringen. Een veel te kleine woonkamer, waar wonderbaarlijk en logisch tegelijkertijd, ruimte was voor haar tien kinderen mèt aanhang. En voor haar kleinkinderen, waarvan ze er een stuk of twintig had. Het was logisch dat wij op de grond zaten, de grote mensen mochten op het versleten meubilair, opa in zijn stoel. We waren in afwachting van het moment dat oma zei, dat de Sint was langsgeweest. En de wasmanden met kadootjes naar beneden werden gehaald. Als alle kadootjes dan waren uitgepakt, was het tijd voor haar advokaatje met slagroom. En zat ze moe, maar voldaan te genieten van haar gezin. Trots op wat uit haar ontstaan was.


Verdriet zag je niet snel bij haar, het zal er ongetwijfeld geweest zijn. Ze was nog jong, en ik ook, toen haar man en mijn opa op 53 jarige leeftijd, overleed aan een hartaanval. De laatste jaren van hun leven samen, werden gekenmerkt door zorg voor elkaar en ziekte.


En toen was ze weer alleen. Een half leven verder en beginnen bij het begin; zichzelf.


Breed had ze het nog steeds niet. Met een klein pensioentje moest ze het doen. Als ze in een slechte bui was, kon ze er weleens over klagen. Toch stond nog steeds op zondagochtend een pan soep op het vuur te pruttelen en werd er brood gesmeerd. Voor iedereen. En ik mocht helpen en de bouillon-bl0kjes in de pan joppen. Mooie, dierbare herinnering!


Ik was wat ouder, toen ik haar verdriet soms zag. Als ik, zonder mijn ouders, bij haar langs ging. Dan zaten we één op één te praten, werden we niet afgeleid door de drukte van het gezin, hoogstens door de zachte muziek die uit de radio kwam.

Ik heb haar verdriet gevoeld toen ze kleiner moest gaan wonen, in een bejaardenwoning. Ze wilde niet. Ik heb haar vreugde gezien, toen ze, uiteindelijk gewend en toch weer gelukkig, trots haar tuin bijhield en blij was met al die prachtige natuur, die onder haar handen groeide.

Ik heb met haar gesproken over het leven, over de toekomst. Ze wist overal over mee te praten en ze kon wérkelijk en intens, begrip opbrengen voor de generatie's na haar. Ze begreep dat de tijd veranderde, zo ook de mensen en dat dat zo hoorde. Ze snapte dat ze mee moest. En door. En dat deed ze ook.


Ze heeft me op die mooie, speciale momenten geleerd, altijd te vertrouwen op mezelf en te geloven in mezelf, misschien nog wel meer dan mijn eigen ouders dat gedaan hebben. Misschien begreep ze, dat er een leeftijd komt, bij kinderen, dat ze niet open staan voor alles wat ouders zeggen en willen. Dat er ruimte moet zijn voor verzet en die vond ik bij haar. Hoe subtiel mijn verzet ook was, ze zag het en hielp me. Daar ben ik haar dankbaar voor.


Op mijn trouwdag, ze was al oud en slechtziend, heeft ze een tafelkleed voor me geborduurd. Ik heb áltijd gezien en tegelijkertijd gehouden van het feit, dat ze niet zag dat er kleurverschil zat in haar borduursel. In stilte heb ik genoten en geweten van de vele uren, die ze in háár stilte en rust heeft zitten werken, aan iets voor mij!


Haar gezondheid verslechterde toen ik zwanger was van mijn dochter. Ze had besloten en geregeld, dat als haar lichaam het op zou geven, zij het slotaccoord in eigen hand zou hebben. En zo gebeurde het, dat ze vanuit haar sterfbed, afscheid nam van iedereen. Persoonlijk.

Ik herinner me gang van het verzorgingshuis, iedereen in afwachting van zijn of haar beurt. Ik herinner me de rillingen over mijn lichaam. Haar tijd was gekomen. En zij had bepaald. Sterk en op haar eigen wijze.


We hebben amper woorden gesproken, toen ik naast haar bed stond en afscheid namen. Wel elkaar vastgehouden, zij zich bewust van haar laatste restje kracht en energie en ik overmand door verdriet en liefde voor haar.

Mijn dochter draagt haar naam, dat weet ze. Ondanks dat we er geen woorden aan hebben gegeven. Op het moment dat ze haar oude hand op mijn dikke buik legde, wist ik dat ik haar zou laten voortleven bij naam.


Op dagen als vandaag, ook hoogtijdagen, denk ik aan haar. Aan haar kracht, eigen wijze, vertrouwen en wijsheid.


Zo ga ik even de tuin in, al trek ik maar een sprietje onkruid uit die woeste bende, wachtend op een teken van haar, tot dat ìk weet wat wijsheid is.


Oma; op je leven!