ilyaantje

Ja, zo heb je dus een eigen weblog! Ik heb natuurlijk ook helemaal niets anders te doen:) Maar misschien leuk genoeg om in mijn drukke bestaan te proppen.

zaterdag, november 29, 2008

Er zit een zwaan op de weg - Judith


Er zit een zwaan op de snelweg.


In eerste instantie herken ik haar niet, maar naarmate ik dichterbij kom, trekt ze op statige wijze mijn aandacht. Ze kijkt alsof zij iets weet, wat in mij nog niet is opgekomen - namelijk dat zij het onderwerp zal zijn van deze blog.


Ze ziet er vriendelijk en onaantastbaar uit. Dat laatste is vreemd, want ze bevindt zich in een wel heel benarde situatie.


Het zachte, witte, vriendelijke van een levend wezen, in schril contrast met het ongenaakbare grijs van het asfalt. Gelukkig is het zaterdag en gelukkig zit ze op de linker rijstrook.

Ik kom dichterbij en zie dat ze écht op haar gemak zit, ze verroert geen vin, terwijl een stroom auto's aan haar voorbij raast; met 120 per uur. Het lijkt alsof ze lacht, maar het is vast alléén mijn maffe gedachte dat ze geen vlieg kwaad zal doen.

Vooralsnog is ze een bezienswaardigheid waardoor de meeste automobilisten haar bijna teder benaderen en haar door een beheerste zwaai aan hun stuur omzeilen. Een zwaan op de snelweg.

Ze moet wel een klein beetje van het padje zijn. Welke zichzelf respecterende, met gezond verstand behapte zwaan haalt het in haar hoofd om op zaterdagochtend met haar kont op koud asfalt te gaan zitten? `

Misschien wist ze heel goed wat ze deed, en was haar actie weloverwogen? Door de weeks moet je zoiets al helemaal niet doen. Kun je er donder op zeggen, dat het slecht met je afloopt.

Om nog maar niet te spreken over het menselijk leed, wat je mogelijk veroorzaakt. Eén niet oplettende automobilist en niet alleen jouw leven ligt op straat. Aan flarden.

Deze zwaan, tis en blijft een vreemde eend in de bijt. Ik weet niet, maar op een of andere manier doet ze me nog geen uur later, denken aan iemand die ik al een tijdje zijdelings meemaakt.

De dame in kwestie, ik ken haar nauwelijks - dus het is maar een gevoel; ze komt op mij onaantastbaar over. Ik vermoed dat ze ooit heel zacht en kwetsbaar is geweest, maar dat ze tegenwoordig wel uitkijkt. Door het leven getekend, zoals iedereen - mogelijk verklaart dat haar houding. Tis een heel slimme vrouw en mooie vrouw ook nog, al ziet ze dat blijkbaar op dit moment helemaal niet.

De vrouw is een beetje zuur aan het worden. Er zijn maanden, misschien wel jaren voorbij gegaan; jaren waarin ze haar leven in eigen hand had. Zij bepaalde. Mocht veel van zichzelf. Das een mooie vrijheid. Het maakte dat ze was wie ze was - iemand waar haar omgeving met bewondering naar keek.

Nu lijkt het alsof ze niet meer bij die vrijheid mag komen. Let wel - er is niemand die haar iets verbied - ze doet het allemaal zelf. Jammer voor de vrouw.

Ik denk dat het haar heel goed zou doen; op excursie ver weg van haar meest recente gedachtengangen.

In mijn ogen zit hierin de mooiste overeenkomst tussen de zwaan en vrouw; ze mogen beiden even de weg kwijt zijn, maar misschien kunnen ze elkaar verleiden tot een uitstapje richting vrijheid.






zondag, november 23, 2008

Niemandsland


Er is iets gaande. Iets geks. Met mij. De eerste keer dat het gebeurde hoefde ik er nog niet al te veel aandacht aan te besteden. Het kon toevallig zijn. De tweede keer, een paar dagen, hoogstens een week later - krabte ik maar eens verbaasd achter mijn oren.


Ik betrapte mezelf tot twee keer toe zoekend op het internet, naar alles wat met zwangerschap, bevalling, hersteloperatie's, IVF enzovoort te maken heeft. Weird! Voor mijn werk heb ik het niet nodig, al heb ik er zijdelings mee te maken. Bosjes vrouwen worden zwanger en rond de twaalf weken komen wij voor het eerst met ze in aanraking, als ze hun 12 weken screening krijgen.


Het is werk, ik hoor mezelf honderden keren per week dezelfde vragen stellen: "Wat is de eerste dag van je laatste menstuatie?" "Wil je een combinatie-test?" En voor een tweede screening: "Wanneer ben je precies 20 weken zwanger?" Tegenwoordig hoor ik al die happy zwangeren tegen het einde van de zwangerschap nog een keer, als er een liggingsecho moet worden afgesproken.

Ik kan niet meer zwanger worden!

Mijn ex heeft zich laten steriliseren na de geboorte van onze dochter. Na mijn scheiding, heb ik het zelfde kunstje bij mezelf laten herhalen, want ik was overtuigd; ik heb twee gezonde kinderen. Die heb ik met mijn ex gewild en ik weet zeker dat ik dat niet nog een keer met een andere man wil.

Jarenlang heb ik in vrede met die gedachte geleefd. Het was goed zo. Waarom ben ik dan ondertussen bewust bezig om te lezen over zwangerschap en dergelijke? Als het kon zou ik het denk ik niet eens willen. Verstandig. Slim. Tis beter zo....

Ik ben bijna 41! Met 36 kun je met een gerust hart nog een kind krijgen. 38 kan ook nog, maar na die tijd, nemen de risico's alleen maar toe. Niet slim dus. Bovendien, ik ben gesteriliseerd en om de overgangsverschijnselen enigszins draagbaar te maken, duwt de assistente iedere drie maanden een shotje voorbehoedingsmiddelen in mijn bil. Tel daar de sterilisatie van lief bij op en het zou een godswonder zijn als ik zwanger zou worden.
Ik kan niet zwanger worden dus, al ga ik op mijn kop staan.

En dat is nou precies waar ik mee bezig ben! Het kàn niet meer. Ik heb die tijd gehad, het ligt achter me, mijn kinderen zijn niet schattig klein meer, maar worden zelfbewuste opgroeiende pubers. Er zijn al zoveel jaren verstreken - de tropenjaren, onderbroken nachten, op uur en tijd eten en drinken, zijn al jaren voorbij.

Voor mijn gevoel zit ik nu dus in een akelig niemandsland. Eigen kinderen krijgen, dat zit er niet meer in, mijn eigen kinderen hebben me steeds minder nodig. Het duurt hopelijk nog een jaar of vijftien voordat ze zelf aan kinderen willen beginnen. Tegen die tijd hoef ik vermoedelijk helemaal niet zo heel veel meer.


Ergens voelt het een beetje alsof er nu dus nog van alles moet gebeuren. Ik moet nog vanalles doen, ondervinden, leren, om over een jaar of vijftien klaar te zijn voor kleinkinderen. Want ben ik dan afgeschreven? Levenswijs? Moet ik het nu allemaal wel een beetje beleven? Voor het te laat is?

Straks keek ik even uit het raam. Ik kwam tot de conclusie, dat mijn niemandsland overal in zit.

Een vader trok zijn kind op het sleetje door de sneeuw. Foto's werden gemaakt. Het kind ziet voor het eerst sneeuw. Het zit hem ook in mijn eigen herinneringen - dochterlief, toen anderhalf, lang haar in staartjes, geruit jurkje met stroken, hoe trots ze haar eerste stapjes zette. Dat komt nooit meer terug. Had ik er maar meer bij stil gestaan....

Met onze oudste destijds voor het eerst naar het bos. Hoe bang hij was van alles voor het eerst. De bladeren werden door de wind opgewaaid. Foto; klik. Alles op de voet gevolgd. Het gaat voorbij en het komt nooit meer terug.

Ik laat dit niemandsland maar over me heen komen. Ik weet niet wat ik er anders mee moet.

Ook in niemandsland is het afscheid nemen blijkbaar iets wat niet altijd even makkelijk valt.


zaterdag, november 08, 2008

We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal




Als kind heb ik dit liedje luidkeels gezongen, onder andere tijdens de avondvierdaagse.

Samen met "de zomerspelen" was dit ongeveer het event van het jaar. Weken van te voren maakten we spandoeken, bedachten we dingen waardoor we ons konden onderscheiden van anderen. Spandoeken, sjaals, shirts. Vier dagen lang, iedere dag 5 of 10 kilometer wandelen. In eerste instantie onder begeleiding van ouders of leerkrachten en de laatste jaren van de basisschool, alleen met klasgenoten. Ik weet nog dat het altijd haasten was, mijn moeder druk met eten bereiden, zodat wij op tijd aan de start konden verschijnen.

De eerste dag ging alles van een leien dakje, de tweede dag was je nog razend enthousiast vanwege de eerste dag. Nog meer proeven van de vrijheid! De wereld wacht en ligt aan je voeten. Soort van oppermachtig gevoel.

Op dag drie had je het wel een beetje gehad. Moe van het lopen, moe van het altijd in een groep zijn, moe van het moeten vechten voor je plaats. Stoer doen, grappig zijn. De laatste dag in zicht, dus je ging door, want je was er bijna....


Dag vier was heerlijk!

Je wist, dat bij de finish je ouders èn de drumband stonden te wachten. En dat je, eenmaal over de streep, je medaille mocht ophalen.


We zijn er bijna! We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.


Er sprak voldoening uit. We hebben het gered, we hebben lol gehad, maar we hoeven nog niet naar huis. Nog even mogen we genieten van de vierdaagse vrijheid. En we wisten zeker, dat we ongeacht wat, konden terugkeren in de veilige armen van het gezin. Dus wat kon je gebeuren?


En nu, grofweg 30 jaar later, komen de woorden terug - we zijn er bijna, maar nog niet helemaal. En rijst de vraag - waar wil ik heen en wat wacht er als ik er eenmaal ben? Ben ik er dan of blijf ik lopen?


Zorgeloos wandelen heb ik recentelijk weer ontdekt. Samen met een vriendin probeer ik iets aan mijn conditie te doen. Dus we lopen iedere dinsdag een kilometer of 12. Onderweg delen we onze levens, lossen we gaandeweg levensvragen op. Na afloop een kop koffie en weer dat gevoel - voldoening. En meestal - een stuk lichter in mijn kop.


Dat laatste is nodig ook. Ik mag natuurlijk niet zeuren, want ik heb een heerlijk leven. Ik ben gezond, evenals mijn kinderen. We hebben een dak boven ons hoofd, lijden geen honger en kou. Ik heb een leuke baan, waarin ik heel veel voldoening ervaar. Als het een beetje meezit, ga ik nog voor het einde van het jaar studeren. Note - boven verwachting ga ik toestemming krijgen om in te schrijven op een dure en langdurige cursus medisch secretaresse. Echt super vind ik dat, want ik, zonder medische achtergrond en ervaring, heb mezelf een stevige plaats binnen het bedrijf verworven. Daar ben ik best trots op.


Ik mag niet klagen dus.


In de liefde zit het ook wel goed. Liefde en ik ontdekten elkaar jaren geleden, maar het was nog niet de tijd, dus met gemak zetten we elkaar in de wachtstand en leefden ons leven. En toen was het er plotseling; overweldigend en helder. In eerste instantie leefden we van dag tot dag en spraken we: "we overleven de herfst wel" of "wij zijn nog niet klaar met elkaar." Prachtige gedachtengangen, waar ik als ik er aan terug denk, nog warme gevoelens van krijg.

We wisten niet waar we aan begonnen, lieten ons volledig leiden door onze gevoelens. En die waren van begin af heftig en onvoorspelbaar. Er was ruimte voor persoonlijke groei, gezamelijke wensen en maffigheden. Bij menig persoonlijk conflict hebben we geprobeerd elkaar de weg te wijzen. We begrepen elkaar, zonder woorden vaak.

Maar er waren ook valkuilen. Gaandeweg bleek dat onze kracht ook onze zwakte was. Ongelofelijk veel power, die als een donderslag bij heldere hemel, kon omslaan in zwakte en onbegrip.


Het heeft er nogal eens wat keren om gespand, om het zo maar eens te noemen. Het mekaar niet begrijpen, niet kunnen bereiken, dat gaat niet in je kouwe kleren zitten. Ik denk dat ik eerlijk ben; we hebben ons los van elkaar en in onze relatie best wel eens verloren gevoeld. Als je midden in het langdurig groeiproces zit - want spiegelend blijven we voor elkaar - dan lijkt het soms onmogelijk om los van de ander op je benen te blijven staan. Je, of ik - laat ik over mezelf spreken - ben geneigd om mezelf te vergeten en alle energie weg te geven. En dat is knap stom. Kan het iedereen afraden eigenlijk.


Waarom doe je het dan toch, vraag je je af. Dat vroeg ik me dus ook af.

Omdat je op een bepaalde manier denkt, dat als je nog iets meer geeft.....je er wel zult komen. Dat is dus niet waar.


Een paar weken geleden liepen de gemoederen hoog op. Liefde zat in zak in as vanwege zijn jarenlange strijd met een onwillige en supervervelende, zieke ex. Iets wat helaas toch een weerslag heeft op onze relatie.

Maar geen nood - ik had een paar dagen vrij genomen en dan zou alles wel weer in rustiger vaarwater komen. Leuke dingen doen, elkaar zoeken en vinden....


Niet dus. Of althans; lang niet altijd. En dat is knap lastig. En heel verdrietig en pijnlijk. Zeker als je er tegenaan blijft schoppen, zoals ik dat heel goed kan. Doorgaan, voelen dat je spieren verkrampen, maar alle signalen negeren, gewoon doorgaan. En bereiken wat je helemaal niet wilt - absoluut geen ruimte in geest en gevoel . Tot je erbij neer valt.


En dus moesten we even los van elkaar. Niet uit elkaar, maar wel even allebei op ons zelf. En dus ging ik wandelen aan het strand. Een middagje en dan weer terug naar het warme nest. Die zekerheid maakte dat ik de ruimte durfde te nemen. Eindelijk.


Ik nam de strandopgang die we vaker samen namen en begon te lopen. De wind door mijn haren, de kou op mijn wangen en mijn hoofd steeds leger. Ik had geen route, immer gerade hinaus, liep zoals het uitkwam. Af en toe zag ik in de verte iets kleurigs liggen en als een ware strandjutter liep ik er heen, in afwachting van mijn schat. Het maakte niet uit wat ik vond. Ik vond ook niets, behalve een omgekeerde emmer die ik gebruikte om op te zitten en even bij te komen. Wat lekker; het strand, de rust, niets dan ik en de natuurlijke elementen.

Ik liep verder en leefde en voelde dat ik adem haalde en meer was er niet nodig. Ik liep in de zon en had het best naar mijn zin, dus het volgende dorp - ik denk IJmuiden - leek helemaal niet zo ver. En wat moest ik anders doen? Het was nog geen tijd om terug te gaan. Natuurlijk zag ik wel de donkere wolken hangen, maar ik negeerde ze net zoals ik mijn verkrampte spieren en mijn overvolle hoofd negeerde, toen ik de deur achter me dichttrok. Gewoon doorlopen....we zijn er bijna.


Tot het begon te regenen dat het een lieve lust was. En hagelen. En omweren.

Toen moest ik heel hard lachen met/om mezelf. Hoe tekenend kan de natuur zijn? En waarom was ik niet eerder omgekeerd, toen het nog kon en er tijd en ruimte was om droog en veilig de auto te bereiken?

Typisch ik, maar dat zal duidelijk zijn.

Natuurlijk bereikte ik wel weer de auto, maar niet nadat mijn kleren en haren doorweekt waren en ze door de wind later weer gedroogd werden.


Op een bepaalde manier was ik mezelf, op eigen kracht, door eigen toedoen, nog een keer tegengekomen. Al had ik er op dat moment niet al te veel gedachten bij - het ei was gelegd.


De dingen die ons overkomen; daar kun je hoog en laag bij springen. Je verzetten tot je gebroken bent. Maar beter is het (mijn gedachte) om als riet bij een flinke windkracht, met de wind mee te gaan. Of de luwte op te zoeken, als het nodig is.


Dat doe ik de laatste weken regelmatig. Ik probeer bewust om te gaan met mezelf en mijn grenzen. Rekening te houden met wat ik wil. Ruimte en tijd nemen. Voelen hoe het is om in de wind te staan en bewust de luwte op te zoeken. Af en toe vind ik het nog behoorlijk eng. Al weet ik inmiddels, dat heel veel dingen pure emotie zijn en dat je dat mag laten komen, uiten en zien/voelen hoe ze vervolgens met dezelfde snelheid weer vertrekken. En ik heb ervaren; daar waar je ruimte neemt, ontstaat ruimte. Om weer in kracht en met overweldigende gevoelens tot elkaar te komen; gewoon omdat er plaats voor is. En dat besef maakt me zielsgelukkig.


Op het strand heb ik geen grote schatten gevonden, zelfs niet als ik ze in de verte vermoedde. Misschien alleen dit; wie voorbij gaat aan het heden en reikhalzend uitkijkt naar het moment - we zijn er bijna - vindt wellicht slechts één werkelijkheid; dit is het en daar zullen we het mee moeten doen.

Vanuit die gedachte rust en licht vinden, is voor mij voor mij de grootste schat gebleken.