ilyaantje

Ja, zo heb je dus een eigen weblog! Ik heb natuurlijk ook helemaal niets anders te doen:) Maar misschien leuk genoeg om in mijn drukke bestaan te proppen.

vrijdag, maart 27, 2009

Boos, nou zeg maar laaiend!


Ik ben boos, nou zeg maar laaiend!


Eigenlijk weet ik niet waarop ik nou bozer ben; op mezelf of op mijn collega's, die maar menen dat mijn afdeling een soort van stortbak is, waar je alles kunt dumpen. Alsof we heel de dag uit onze neus zitten peuteren, in plaats van overbelast te zijn.


Het zou tever gaan om hier gedetailleerd weg te zetten hoe protocollen geschreven zijn, hoe afspraken en verhoudingen liggen.

Het zou ook tever gaan om hier weg te tikken, waaròm ik of een collega even wat anders reageer(t) dan gebruikelijk.


Bij mezelf dus maar.


Ik baal van mezelf; omdat ik steeds vaker geconfronteerd word, met de moeite die ik heb met het "slikken en stikken principe". Van mezelf dus, voor de duidelijkheid.

Vroeger voelde ik het slikken en stikken totaal niet, het deerde me niet, zogezegd. Of had ik er een manier op gevonden om het niet te voelen. Totaal genegeerd, heb ik mezelf dus.

Dat kon vele redenen hebben: zelfbehoud, the easiest way out of pure angst.


Ieder mens heeft zo van die pijnpunten: dingen waardoor hij of zij dichtklapt of totaal niet meer kan reageren of er voor kiest nog liever dood te gaan, dan te zeggen wat men denkt.


Zo is het in ieder geval met mij. Altijd geweest. Nou, nee trouwens, niet altijd zo geweest, maar zo gemaakt.

Misschien was het proces al ingezet, het pijnpunt al ontstaan, nog voordat ik bewust besloot te slikken en stikken. Ooit, lang geleden, besloot ik mijn mond te houden, al was het maar voor de lieve vrede. Ooit besloot ik, niets meer van mezelf te laten zien, omdat de ander dat niet waard was en me uiteindelijk toch de grond in zou boren.

Net zo lang geleden besloot ik, dat ik liever een muur op trok, mijn mond hield, dan mijn mening te geven. Omdat het toch nooit goed was of in ieder geval heeeeeel anders, want ik zag het àltijd verkeerd.


En nu ken ik mezelf niet meer.

Slikken en stikken, dat kàn ik niet meer. Wil het niet meer. Wil en kan mezelf niet meer verloochenen. En ik worstel ermee. Zoekende naar de manier waarop ik dingen in oorsprong zou hebben aangepakt. Ik weet het niet eens meer. Is dat niet erg?


Maar hoe ga je met zo'n bewustwordingproces van niet meer willen stikken om?

Een tijdje geleden gooide ik uit pure onmacht met een bord. Ik hield het niet meer binnen, maar er kwam iets ongecoordineerds uit. Nooit eerder gebeurd, want "je gooit nou eenmaal niet met borden, zo hebben wij je niet opgevoed".

De scherven heb ik uit pure woede gewoon een hele week in een hoekje laten liggen. Ik dacht - stik maar......


Daarna kwam het "woordelijk" heel boos worden, in de veilige omgeving van mijn relatie. Ik kon geen ruzie maken en ging ieder conflict uit de weg? Nou, je had me eens moeten zien! Een viswijf was er niets bij. En god, wat voelde het goed om uit mijn dak te gaan van woede, te zeggen wat ik vond en voelde. Maar een beetje voorbij de grens van fatsoen, vind ik het nog wel eigenlijk. Dubbel dus.


Andere momenten slikte ik wel, maar deed er persoonlijk een schepje boven op. Jij doet mij pijn of onrecht aan? Moet je eens kijken, wat ik kan! Gevoelens van wraak speelden op en kwelden me. Ik deed er niets mee, althans niet bewust.


Ik leer. Al die verterende gevoelens; ik wil ze niet meer. Het moet eruit....


Vandaag was er dus mijn collega Dorien. Normaal gesproken kan ik het heel goed met haar vinden. We vinden elkaar aardig, kennen elkaar net iets beter dan de gemiddelde collega.

En we hadden een zakelijk affekietje. Een behoorlijk akkefietje. Ik wìst zeker, dat ik in mijn recht stond. En ik voèlde dat ze me manipuleerde en probeerde te ondermijnen met haar woorden. Hard en schel. En haar blik - deed me zo denken aan........daardoor schoot ik in slikken en stikken; onder de indruk en niet in staat iets uit te brengen.

En ik slikte en stikte, vanuit mijn oude angst om afgerekend te worden op mijn mening. Ik beet mijn tong af, moest mijn woede echt zo verschrikkelijk binnen houden. En mijn angst binnen de perken. Drie tellen later liep ik weg, weg van het conflict - ik had mijn mond gehouden, maar mezelf wel onterecht met drie uur extra werk opgezadeld. Af laten schepen als een klein kind, zoals vroeger.....


Terug aan mijn bureau kwam de emotie eruit. Laaiend was ik - niet in de laatste plaats op mezelf; vanwege zoveel onkunde om te gaan met bepaalde situatie's. Alweer kwam ik te laat, reageerde ik niet expliciet en alweer wond ik er allerlei doekjes om. Alweer zei ik niet wat ik dacht. Stom stom stom!


Zojuist heb ik mezelf verzekerd, dat ik in mijn recht sta - heb de protocollen er nog eens op na geslagen en even contact gehad met mijn leidinggevende.

Maandag gaan we het gesprek aan.


En nu....... ga ik het proberen los te laten, want het kost me teveel energie.













zaterdag, maart 07, 2009

Wat zou je gelukkig zijn...


Tis toch vreemd hoe soms de dingen soms bij elkaar komen.



Gisterenavond keek ik naar een film met Bratt Pit - Jonathan Button. Een film over oud geboren worden in een jong lichaam, over jonger worden, leven, opgroeien, wijsheden verzamelen, bijzondere mensen die je pad kruisen en uiteindelijk sterven in een jong lichaam. Gewoon omdat je aan het begin staat, lichamelijk. Een heel aparte film, die je af en toe behoorlijk laat nadenken.



At the end you have to let go (so you might as well.....)


Je kunt moeilijk doen over de dingen in je leven, maar aan het einde moet je tòch alles loslaten, dus waarom niet meteen loslaten, als je het nog kunt en er van kunt leren en groeien?



Vorige week ging ik mijn dochter ophalen bij haar opa, van vaders kant. Sinds een jaar of wat is hij gediagnostiseerd met een vrij zeldzame, progressieve vorm van dementie. Hij wordt dit jaar 64 jaar. De vorm van dementie die hij heeft, wordt gekenmerkt door zeer verward, aggressief, angstig en zwaar depressief gedrag. Een hel voor hemzelf; wat verschrikkelijk om zo bang te zijn, maar ook voor zijn omgeving, omdat ze degene waarvan zij houden, kwijtraken terwijl hij nog in leven is.



Ik ken hem vanaf mijn zestiende, het moment dat ik verkering kreeg met zijn zoon. Een lieve man, die het op een bepaalde manier niet makkelijk had met het leven. Hij was zeer zorgzaam, bezorgd en sociaal. Vond het lastig om te praten over wat hem bezig hield, maar op een bepaalde manier hoefde hij dat ook niet met mij - we voelden elkaar aan. Zonder dat we het uitspraken, wisten we dat we het soms moeilijk hadden met onze omgeving en dat we op een bepaalde manier vochten om overeind te blijven in een wereld waar iedereen gilde om het hardst.


Ik herinnner me dat hij met mij stad en land heeft afgereden, om de juiste bruine laarzen te vinden. Al had hij naar het einde van de wereld moeten rijden......Mooie herinnneringen. Vooral omdat het liefdevolle gezin, waar hij deel van uitmaakte en waarvoor hij voor door het vuur zou gaan, diepe indrukken op mij achterlieten. De vanzelfsprekendheid van het voor elkaar willen zorgen, het beschermende, ik was het niet gewend en genoot er met volle teugen van.


Wat was hij trots toen ik met zijn zoon trouwde - hij kon het niet zeggen, maar hij straalde het uit en heeft ons blij verrast met zijn gevoelens per brief, die we pas open mochten maken, na de bruiloft.


Ik kan niet benoemen hoeveel uren hij bij ons heeft doorgebracht, schilderend en klussend in het algemeen......fluitend.


In de maand waarin ik zwanger was van zijn eerste kleinkind, mijn zoon Y., hing zijn leven aan een zijden draadje. Vier hartinfarcten, die hij ternauwernood heeft overleeft en die zijn leven voorgoed veranderden. Het zat er natuurlijk altijd al een beetje in, dat angstige. Hij durfde en kon voor zijn gevoel niet meer op zijn lichaam vertrouwen en was als de dood zo bang om het leven weer aan te gaan. Ik wed - als men hem toen gevraagd zou hebben; wil je nog? - dat hij het ontkend had.


Maar zijn hart bleef kloppen en hij kon niet anders dan door te leven, zo goed en zo kwaad als dat ging.


Onze scheiding, tussen zijn zoon en mij, heeft hem naar mijn idee de genadeklap gegeven. Nooit had hij gedacht dat iets wat zo mooi was, kapot kon gaan of gemaakt kon worden en hij gaf de weelde de schuld. Ze hebben het allemaal te goed, zei hij dan, of - ze hebben niet meer geleerd ergens voor te vechten. Recht door zee, was hij - en ja, hij kon uitspraken doen waarbij sommigen hun schouders ophaalden en dachten - die is gek, maar ik begreep hem wel.


Ook begreep ik hem wel toen hij gevoelsmatig achter zijn zoon moest en wilde staan en mij liet voor wat ik vanaf dat moment was - iemand die hij gekend had en die hij niet meer op dezelfde manier in zijn leven kon hebben. Toch wist ik dat waar wij elkaar ook ooit nog zouden zien, ècht zien, in de mooiste zin van het woord - we zouden elkaar blijven herkennen.



Vorige week ging ik dus mijn dochter ophalen, na een dagje logeren bij opa en oma. Zoals gewoonlijk deed oma de deur open en een paar stappen later, zag ik hem zitten in de bank. Blik op oneindig en leeg, afwezig en herhalende bewegingen, onrustig in zijn lichamelijke uitingen. Oma vroeg hem of hij mij nog kende - zonder twijfel een vette ja. Iets wat mijn hart een sprongetje liet maken.


Medelijden ook - wat een leven; ik bedoel - zijn leven is een grote angst, hij weet dat hij het niet meer weet en verlangt naar het moment dat hij rust heeft. Zo'n levenslustige, lieve man - het zou niet moeten zijn.


Vier dagen in de week verblijft hij inmiddels in een gespecialiseerde, kleinschalige dagopvang. In het begin had hij het slecht; "weet je wel hoe het is, om daar tussen die gekken te zitten?"

Nu weet hij niet meer wat hij twee minuten daarvoor heeft gedaan. Kan hij zichzelf niet meer douchen. Kan de koelkast niet meer vinden. Weet niet dat hij behalve sokken, ook nog schoenen aan zijn voeten nodig heeft. Zijn wereld is klein en eng geworden. Het zou niet zo moeten zijn en wat zou hij gelukkig zijn als hij niet meer hoefde.....


We zijn elkaar nooit helemaal kwijt geraakt, daar ben ik blij om. Dat kleine moment van herkenning laatst; ik koester het.


Het doet me pijn, dat hij de wereld iedere dag een stukje meer verlaat.


Eigenlijk heeft deze lange lijdensweg voor hem geen enkel nut meer.


Het leven gaat zoals het gaat, ook dat van hem.


En als het tijd is, zal hij gaan, niet eerder. Maar wat zou hij gelukkig zijn.....