De vrouw op het terras - er is niets wat niet verbonden is

Afgelopen zaterdag had ik het genoegen om met mijn liefde naar Noordwijk te gaan.
Eerdere plannen of eigenlijk het ontbreken ervan, hadden ons ook kunnen doen schoonmaken of nietsnutten, maar vooral dat eerste klonk mij erg onaantrekkelijk in de oren. Iets doen omdat het moet of iets doen omdat het leuk is - een essentieel verschil. Dan is het simpel; in de auto en wegwezen.
Onderweg zwegen we - ieder in gedachten - en spraken vervolgens verwonderd we over hoe het leven loopt. Hoe alles met elkaar verbonden is. Dat het raar is om op een oude plaats te zijn, in een andere/nieuwe situatie. Dat je niet ontkomt aan herinneringen. Verbonden aan tijd, plaats, mensen, gevoelens. Helemaal niet erg. Goed zelfs, omdat ik er van overtuigd ben, dat dat herinneringen je iets leren. Niet alleen laten ze je terug kijken, je kunnen je ook groei laten zien. En dat is mooi.
Ik geloof dat we stilzwijgend hadden bedacht te gaan wandelen aan het strand. Ook wilden we zien waar we minder dan een week later zouden zijn, aan datzelfde strand, om een huwelijk bij te wonen.
We bleven niet lang op het strand, geen idee hoe het kwam, doet er ook niet toe.
Even later zaten we in ieder geval op een bank een ijsje te eten. Naast ons zat een man mèt kind.
En beschouwelijk als ik ben, kon ik het niet laten, woorden te geven aan mijn gedachten. Voor mijn ogen èn in mijn gevoel, speelde zich een drama af. Er is niets wat niet verbonden is.
De man, een jaar of 35 schat ik hem, was vast en zeker een paar jaar eerder verlaten door zijn vrouw, die hem saai was gaan vinden. Het kind was toen nog amper drie geweest en had zodoende vanwege de tweewekelijkse weekendbezoeksregeling, niet de kans gekregen een goede band met zijn vader op te bouwen. Maar vandaag was het feest!
Het jongetje was nog maar een paar uur daarvoor door papa bij zijn moeder opgehaald. Waarschijnlijk had hij onrustig en nerveus, verschillende keren door het raam staan kijken, waar nou zijn vader toch bleef. Hij zou toch wel komen?
Spelen kon hij niet meer, want zijn moeder had hem zijn beste kleren aangegeven. En die mochten absoluut niet vies worden.
Vandaag was het feest, want papa had hem beloofd dat ze een ijsje gingen eten aan het strand. En nu zag ik hem verbeten zijn best doen, ervoor te zorgen dat het smeltende ijs niet op zijn paasbeste kleren druppelde. Papa en mama mochten absoluut niet boos op hem worden!
Natuurlijk weet ik, dat ik grof aan het invullen was, maar ik had op een of andere manier zo'n medelijden met het kind.
Zijn vader had hem snel een paar servetjes in zijn handen geduwd, maar was inmiddels zo druk aan het bellen met zijn stapmaten of nieuwe vriendin, dat van werkelijke aandacht voor zijn kind niets meer terecht kwam.
Ja, ik weet het - het zijn allemaal insinuatie's, maar toch..... Het beeld van dat jongetje raakte me. Alles is met elkaar verbonden. Niet zozeer de situatie, maar dan toch in ieder geval het gevoel.
Mijn liefde en ik ontvluchtten het tafereel en ik zag gelukkig kans los te komen uit het onprettige gevoel.
We wandelden tussen de huizen en winkels door. Keken hier en daar naar wat bijzonderheden en ik liet me fotograferen op een bankje, wat gemaakt was van geoxideerd metaal en twee pratende vrienden voorstelde. Toen hij me de foto liet zien, leek het net alsof ik in de armen van één van de mannen lag. Grijns. Blij met dit nieuwe uitdagende gevoel!
Ik had het best nog wel even vol kunnen houden, zo tussen die heren, maar zulke onopvallende subtiliteiten moet je nooit uitbuiten, qua tijd, want dan gaat het wèl opvallen en is de lol er af.
Dus we liepen verder en uiteindelijk belandden we op een terras, aan de straatkant. Terrassen zijn echt mijn favoriete plaats; je kunt jezelf zo heerlijk te goed doen aan (on)opvallend kijken en beschouwelijk invullen. Heerlijk!
De tijd vloog voorbij en werd voor een deel benut met het maken van een praatje door een groep Brabanders-op-stap. "Lekker weer vandaag, eej Toos!" En "hoe ist nou mee zullie Piet?"
Ach ja, ik ben Brabant misschien wel ontgroeid, maar als getogen en geboren Brabantse, is het toch leuk om iets van je jezelf terug te zien in anderen. Er is niets wat niet verbonden is.
En nu komen we bij de vrouw op het terras.
Terwijl mijn liefde de parkeerautomaat aan het bijvullen was, zag ik haar komen. Ze was een exacte kopie van haar moeder, wie zij haar arm had gegeven, ter ondersteuning. Ik denk niet dat moeder die steun echt nodig had, maar desondanks vond de vrouw dat ze haar moeder pas mocht loslaten nadat ze in de zon op een stoel was geparkeerd.
Het allereerste wat me opviel was dus de gelijkenissen tussen die twee vrouwen. Het tweede wat me opviel, was dat ze beiden voorzien waren van een dikke laag plamuur, die de moeder een gele en de dochter een oranje gloed over het gezicht gaf. Wat afschuwelijk! Heeft er nooit iemand tegen hen gezegd, dat ze er afgrijselijk uitzagen?
Een jongedame verscheen ten tonele en vroeg de dames wat zij wensten. Zonder blikken of blozen en feitelijk zonder haar een blik waardig te gunnen, bestelden zij beiden een koffie. Uiteraard.
Ik geloof niet dat de dames uit de hoogte wàren, maar dat dit slechts een houding was. Of desinteresse. Of gezapigheid. Misschien eigenlijk alleen maar gewoonte.
Ik stond mezelf toe mijn fantasie te vrije loop te laten en zag hoe de dochter die ochtend wakker was geworden, met hoofdpijn vanwege de krulspelden die zij gewoonte getrouw iedere vrijdagavond inzette. Ik zag hoe ze haar peignoir dichtsnoerde, tot bovenaan dicht. Hoe ze niet naar zichzelf durfde te kijken, zo zonder make-up en toeters en bellen. Ik zag haar de ontbijt- tafel klaarmaken. De pan op het vuur, kookwekkertje klaar, zodat ze haar moeder over - laten we zeggen een kwartier - een perfect geconditioneerd gekookt eitje kon voorschotelen.
Uiteraard niet omdat ze dat nou graag wil, maar omdat het zo hoort, omdat ze denkt dat dat van haar verwacht wordt en omdat het nou eenmaal zo gegroeid is, sinds de dood van haar vader. Mama was zielig, moest gepamperd worden en ze heeft zichzelf beloofd dat haar hele leven te blijven doen.
Winkelen met een terrasje op zaterdagmiddag is ook zoiets. Weer of geen weer, zin of geen zin, daar denk je niet over na, dat doe je gewoon. Week in, week uit.
Als er tijdens het ontbijt net zoveel woorden worden vuilgemaakt, als tijdens het winkelen en terrassen, nou dan weet ik het wel.
Moeder en dochter zitten blijkbaar aan elkaar geklit of hun lippenstift maakt praten gans onmogelijk.
Ik weet het en ik voel het - ik zit me hier ongelofelijk op te winden over zoveel herkenning. Er is niets wat niet verbonden is. Hoe lang heb ik gedaan, wat van me verwacht wordt? Hoe vaakt zal ik het nòg doen?
De lucht wordt donkerder, maar ik maak me niet druk. Ik zit hier heerlijk onder de overkapping van het terras en hoef dus nog lang niet uit dit gevoel weg.
De dochter pakt bedenkelijk naar haar perfect onderhouden, gekleurde en gestylde haar. Het begint nu toch echt door te regenen en hoe moet het dan met haar haar?
Met een stalen emotieloos gezicht pakt zij haar moeder onder de arm en godzijdank - er is nog plaats onder de overkapping. Naast mij.
Het toneelspel en mijn fantasie/werkelijkheid houdt dus nog niet op. Sterker nog, ik krijg de kans om details goed in me op te nemen.
Mama draagt goud. Ik denk dat ze vanmorgen een kwartier bezig is geweest om alles te verzamelen, uit te zoeken en om te doen/hangen.
Dochter draagt zilver. Op exact dezelfde plaatsen, op exact dezelfde opzichtige manier. Waarom, vraag ik me af? Waar ben je bang voor? Wat wil je niet laten zien? Gelukkig heeft ze bijpassende zilverkleurige schoentjes. God, vergeef me mijn cynisme.
De dochter rookt. Ik denk dat ze daar met moederlief eindeloos durende discussie's over heeft gehad, want haar vader is immers overleden aan kanker. De man had zijn hele leven lang gerookt, dat zou ze hem nooit ontnemen, never nooit niet. Dan maar dood. Dat er verder niet zo heel veel van zijn oorsprong was overgebleven, had hij op de koop toegenomen.
De dochter rookt dus. Tegen de zin van haar moeder. Om dat te maskeren had ze ergens een klein, gebloemd tasje op de kop getikt, waarin precies het pakje èn de aansteker paste. Prachtig, toch?
Ik zuchtte maar eens. Er is niets wat niet verbonden is.
"Wat zou er gebeuren als je de kans had je longen vol lucht te zuigen en te gillen zoals je nog nooit gedaan had"" vroeg ik in gedachte aan de vrouw. " Zou je die kans grijpen?" Maar de vrouw besprak met haar moeder hoeveel verschillende spreeuwen er eigenlijk wel niet waren. De moed zakte me in mijn schoenen, gevoelsmatig zat ik aan de grond.
Er moest toch iets zijn om zo'n vrouw te ontketenen? Om haar te doen wankelen en schudden op haar grondvesten? Om haar te laten lèven?
Nu kwam mijn duveltje uit haar doosje.
Ik stelde me voor hoe ze ongelofelijk grof genomen zou worden door de eerste beste voorbijganger. Op tafel. Ik stelde me voor dat ik zou kijken. Dat ik geen minuut zou missen van haar ontwaking. Ik zag hoe hij haar hard kuste, hoe zij hem zou willen slaan, maar geen kans kreeg. Ik zag hoe haar spieren zich spanden, hoe ze zou huilen en schreeuwen. Om zichzelf en haar leven. En hoe hier de eerste stappen gezet werden, op weg naar haar oorsprong. Ik zag haar besef - waar ben ik al die tijd geweest? Maar loslaten zou nog zoveel langer duren; de eerste stap was gezet.
Mijn god, wat was ik blij, toen ik zag dat haar haar als een plumpudding in elkaar zakte, nadat hij het met geweld had ontdaan van elastiekjes en andere bouwtuigkundige ondersteuningen. Wat heerlijk om te zien, hoe haar lippenstipt is vervaagd en over haar wangen uitgesmeerd. Stukje bij beetje wordt zichtbaar, wat zij al die tijd heeft verzwegen en verstop; haar wens om te lèven en wat zij in werkelijkheid is.
Ik hoef niet te zien hoe haar leven verder loopt. Eigenlijk weet ik dat wel.
Iedere dag zal ze leren oprechte en eerlijke keuzes te maken. Niet omdat dat men dat van haar verwacht, maar omdat zij dit naar zichzelf toe verplicht is.

