ilyaantje

Ja, zo heb je dus een eigen weblog! Ik heb natuurlijk ook helemaal niets anders te doen:) Maar misschien leuk genoeg om in mijn drukke bestaan te proppen.

maandag, juni 28, 2010

Advokaat met slagroom




Gisteren zou mijn oma 96 jaar geworden zijn. Op hoogtijdagen verwende ze zichzelf met een advokaatje met slagroom. Een miniskuul glaasje, een evenzo klein lepeltje, dat rustte en wachtte op een volgende hap. Rustig aan, zo verdubbelde ze de gunst aan zichzelf.

En zo stond er gisteren ter nagedachtenis en de viering van haar leven, een fles advokaat te pronken, tussen barbequevlees en gerei. We hebben er niets van geproefd, tis zo uit de tijd, maar de gele fles verbond ons met haar. Mij met haar.


Mijn oma heeft een hard leven gehad. Op elfjarige leeftijd was ze wees. Na een tijdje in een weeshuis te hebben gezeten, kwam ze uiteindelijk weer bij familie terecht en werd ze grootgebracht door haar tante - de zus van haar moeder. Al vroeg in haar leven, leerde ze dat ze veelal op zichzelf was aangewezen. Hoe ze zich staande kon houden, door te zetten, niet te flauw te zijn, nooit op te geven.


Zoals in veel levens, kwam er toch geluk voor haar. Ze trouwde, was dertien keer zwanger en kreeg tien gezonde kinderen, waaronder een tweeling. Tussen haar eerste en haar laatste in leven gebleven kind, zat 17 jaren.

Het waren hoogtijdagen, maar dan ànders. Een groot arbeidersgezin, dat alleen maar kon functioneren, als iedereen zijn of haar steentje bijdroeg. Haar kinderen droegen haar op handen en hadden respect voor haar, ondanks het feit dat ze regeerde met ijzeren hand. Voor iedereen in het gezin was ruimte, maar ook een taak. Ik herinner me verhalen van mijn vader - schoenenpoetsen, konijnen verzorgen en uiteindelijk villen. Aardappels verbouwen en in een rijper stadium in de pan hakken. De ouderen verzorgden de jongeren, om zo het gewicht van de tijd te verlichten. De oudste kinderen, werkten vanaf hun 14e en hadden geen keus. De jongsten hebben gestudeerd. Iedereen was gelijk en het motto was en bleef, wat mijn oma al vroeg had geleerd -niet te flauw.

Tegelijkertijd wist ze het voor elkaar te krijgen, dat het gezin ongelofelijk hecht was en bleef. Gezelligheid was vanzelfsprekend en daar werkte iedereen aan mee - Het hele gezin bij elkaar op zondagmiddag. Mooie en warme herinneringen!


Ik herinner me de Sinterklaasvieringen. Een veel te kleine woonkamer, waar wonderbaarlijk en logisch tegelijkertijd, ruimte was voor haar tien kinderen mèt aanhang. En voor haar kleinkinderen, waarvan ze er een stuk of twintig had. Het was logisch dat wij op de grond zaten, de grote mensen mochten op het versleten meubilair, opa in zijn stoel. We waren in afwachting van het moment dat oma zei, dat de Sint was langsgeweest. En de wasmanden met kadootjes naar beneden werden gehaald. Als alle kadootjes dan waren uitgepakt, was het tijd voor haar advokaatje met slagroom. En zat ze moe, maar voldaan te genieten van haar gezin. Trots op wat uit haar ontstaan was.


Verdriet zag je niet snel bij haar, het zal er ongetwijfeld geweest zijn. Ze was nog jong, en ik ook, toen haar man en mijn opa op 53 jarige leeftijd, overleed aan een hartaanval. De laatste jaren van hun leven samen, werden gekenmerkt door zorg voor elkaar en ziekte.


En toen was ze weer alleen. Een half leven verder en beginnen bij het begin; zichzelf.


Breed had ze het nog steeds niet. Met een klein pensioentje moest ze het doen. Als ze in een slechte bui was, kon ze er weleens over klagen. Toch stond nog steeds op zondagochtend een pan soep op het vuur te pruttelen en werd er brood gesmeerd. Voor iedereen. En ik mocht helpen en de bouillon-bl0kjes in de pan joppen. Mooie, dierbare herinnering!


Ik was wat ouder, toen ik haar verdriet soms zag. Als ik, zonder mijn ouders, bij haar langs ging. Dan zaten we één op één te praten, werden we niet afgeleid door de drukte van het gezin, hoogstens door de zachte muziek die uit de radio kwam.

Ik heb haar verdriet gevoeld toen ze kleiner moest gaan wonen, in een bejaardenwoning. Ze wilde niet. Ik heb haar vreugde gezien, toen ze, uiteindelijk gewend en toch weer gelukkig, trots haar tuin bijhield en blij was met al die prachtige natuur, die onder haar handen groeide.

Ik heb met haar gesproken over het leven, over de toekomst. Ze wist overal over mee te praten en ze kon wérkelijk en intens, begrip opbrengen voor de generatie's na haar. Ze begreep dat de tijd veranderde, zo ook de mensen en dat dat zo hoorde. Ze snapte dat ze mee moest. En door. En dat deed ze ook.


Ze heeft me op die mooie, speciale momenten geleerd, altijd te vertrouwen op mezelf en te geloven in mezelf, misschien nog wel meer dan mijn eigen ouders dat gedaan hebben. Misschien begreep ze, dat er een leeftijd komt, bij kinderen, dat ze niet open staan voor alles wat ouders zeggen en willen. Dat er ruimte moet zijn voor verzet en die vond ik bij haar. Hoe subtiel mijn verzet ook was, ze zag het en hielp me. Daar ben ik haar dankbaar voor.


Op mijn trouwdag, ze was al oud en slechtziend, heeft ze een tafelkleed voor me geborduurd. Ik heb áltijd gezien en tegelijkertijd gehouden van het feit, dat ze niet zag dat er kleurverschil zat in haar borduursel. In stilte heb ik genoten en geweten van de vele uren, die ze in háár stilte en rust heeft zitten werken, aan iets voor mij!


Haar gezondheid verslechterde toen ik zwanger was van mijn dochter. Ze had besloten en geregeld, dat als haar lichaam het op zou geven, zij het slotaccoord in eigen hand zou hebben. En zo gebeurde het, dat ze vanuit haar sterfbed, afscheid nam van iedereen. Persoonlijk.

Ik herinner me gang van het verzorgingshuis, iedereen in afwachting van zijn of haar beurt. Ik herinner me de rillingen over mijn lichaam. Haar tijd was gekomen. En zij had bepaald. Sterk en op haar eigen wijze.


We hebben amper woorden gesproken, toen ik naast haar bed stond en afscheid namen. Wel elkaar vastgehouden, zij zich bewust van haar laatste restje kracht en energie en ik overmand door verdriet en liefde voor haar.

Mijn dochter draagt haar naam, dat weet ze. Ondanks dat we er geen woorden aan hebben gegeven. Op het moment dat ze haar oude hand op mijn dikke buik legde, wist ik dat ik haar zou laten voortleven bij naam.


Op dagen als vandaag, ook hoogtijdagen, denk ik aan haar. Aan haar kracht, eigen wijze, vertrouwen en wijsheid.


Zo ga ik even de tuin in, al trek ik maar een sprietje onkruid uit die woeste bende, wachtend op een teken van haar, tot dat ìk weet wat wijsheid is.


Oma; op je leven!








woensdag, juli 22, 2009

Mijn lieve kouwe kikkertje - Anouk




Dat was wat ik dacht, toen ik vanmorgen je tranen zag op het schoolplein. Mijn lieve kouwe kikkertje! Onder luid gejuich van ouders, broers, zussen èn alle kinderen van de lagere klassen, de rammelende schoolbel en de mooie klanken van juist dàt nummer - Sweet Goodbeyes van Krezip, gleed je je basisschooltijd uit. Je had de glijbaan amper verlaten en was op weg naar je vriendinnen, die aan de zijkant op je stonden te wachten. Ik zag het aan je gezicht. Jij ging het niet droog houden, iets wat mij heel erg verbaasde. Mijn kouwe kikkertje - tranen?


Dàt nummer deed het hem, vertelde je me later. Natuurlijk wist ik dat, maar was blij dat je het met me deelde.


Het begon in het najaar van 2008 met voorzichtige voorbereidingen van jullie afscheidsmusical. Je meneer Tom, riep van begin af aan, dat je prachtig kon zingen, maar daar was jij niet zo blij mee. Verlegen en onzeker en daarom bozig, met jezelf geen raad, stampte je nog net niet, schreeuwde je dat je absoluut niet wilde zingen bij de musical en al helemaal niet alléén.


Natuurlijk kennen we je, en wisten we dat we je maar moesten laten. Niet teveel aandacht aan besteden en vooral niet pushen.


Gaandeweg hoorde ik je met regelmaat praten over de musical; de rollen werden steeds duidelijker en mij werd het ook duidelijk; als meneer Tom het voor mekaar kreeg met je, je over je onzekerheid heen kon helpen, dan zou je solo zingen. Zeker weten. Uiteraard zweeg ik hierover tegen je. Het was het laatste wat je kon gebruiken; spanning en getrek en geduw.


Ergens begin dit jaar, na de cito, werd het jou ook duidelijk. Je kon zingen, dat hoorde je zelf ook wel, maar die verschrikkelijke angst om in het middelpunt van de belangstelling te zijn, zorgde dat je vaak blokkeerde.

Op een avond achter de pc, je aandacht half bij msn, voor de andere helft bij ons, kregen we het over zingen en konden we je voorzichtig overhalen, dan toch in ieder geval voor ons een stukje te zingen. Dat wilde je wel, maar.......wij mochten alleen lùisteren en vooral niet naar je kijken. En dat deden we. Je broer en ik, zaten met open mond te luisteren naar je, jouw vertolking van Sweet Goodbeyes van Krezip. Zo ontroerend en zo mooi!


Vanaf dat moment was er geen ontkomen meer aan. Hoe geweldig om te zien en horen hoe je je steeds minder van ons aantrok en voluit zong, wanneer je maar zin had.


Meneer Tom had je verandering door en vertelde je, dat je zou zingen in de musical. Solo! Ik was zo blij voor je, om je. En of je nou wel of niet geweldig zingt, daar gaat het niet om, maar wel om het feit dat je je schaamte en ongemak voorbij bent gegaan en een uitdaging aan.


Vorige week heb ik met tranen in mijn ogen naar je gekeken. Mijn dochter, amper 1.45 hoog, alleen op een podium, voor een volle zaal ouders, mijn kind - zingend. Nergens hoorde ik je onzekerheid, nergens zag ik hem. Ook al kwam dat waarschijnlijk alleen maar omdat je een grote donkere zonnebril op je neus had gezet. Ik moest erg lachen, omdat ik eigenlijk ook zoveel van mezelf in jou herken. Dat maakt me blij!


Ruim twaalf jaar geleden, twee jaar en 10 maanden na de geboorte van Youri, werd jij geboren. Een meisje! Wie had dat nou gedacht! Uit je vader en mij kon ook een meisje geboren worden, wat prachtig! - we waren zielsgelukkig met je!

Het duurde even voordat we gewend waren aan elkaar. De tijd van bevallen en snel weer uit het ziekenhuis thuis komen, alles bij elkaar een uur of drie; als ik hem over kon doen, zou ik meer de tijd hebben genomen om je bij me te hebben, speciaal voor ons, jij en ik samen, nog even niet los van elkaar, nog even alleen maar jij en ik. Maar de dingen gaan zoals ze gaan.

Je was een paar dagen oud en jij en ik hadden het rijk alleen. Het was bloedheet. Ik had je uit je bedje gehaald en je bij me op mijn blote buik gelegd. Dat was een mooi moment! Tevreden lag je bij me en ik bewonderde je van top tot teen. Urenlang. Mijn dochter - nu ik je dit schrijf, voel ik nog de ontroering die ik toen voelde.


Je was en bent een meisjes-meisje. Ik heb me vaak verbaasd over hoe het toch mogelijk was; al die typische meisjesdingen, in aanleg allemaal in je aanwezig. Je hebt leren lopen achter je poppenwagentje, strikjes in je haar, jurkje aan. En je was pittig! Eigen willetje, beetje eigenzinnig, maar niet te beroerd om je liefde te delen en tonen. Je was niet bang, wel voorzichtig. Roekeloos of ondoordacht gedrag hebben we bij jou nooit gezien. Eerst het koppie en daarna de rest, dat heb je van je moeder:)

Toch is veel gevoel in je aanwezig, dat wist ik vanaf je prille jaren. Toen je nog niet kon praten, en je niet goed kon uitleggen wat je bedoelde, werd je soms zo razend, dat je blauw aanliep van woede en onmacht. Toen je eenmaal kon praten, kletste je me de oren van mijn hoofd. Heerlijk!

Je had het niet zo vaak over jezelf, veel vaker over dingen in je omgeving, dingen die je gezien had.


Als mijn tweede kind, bracht ik je naar je eerste juf - Ineke. Je zat nog maar een paar maanden in groep 1, toen je kreeg te maken met iets waarvoor ik je graag had kunnen beschermen. Papa en ik gingen uit elkaar. In tegenstelling tot je broer, ging je er vrij makkelijk mee om, zocht en vond je stevigheid in de nieuwe situatie. Je deed er niet zo moeilijk over, je was klein en nam de dingen zoals ze kwamen. Het was vooral ik die pijn had; zo jong was je pas en nu al te maken met ernstige grote-mensen-dingen. Ik heb hier heel wat tranen om gelaten.


Je hebt me vaak verbaasd met je flexibiliteit. Ik heb me ook zorgen over je gemaakt; gesloten kind als je bent - moest ik maar raden, wat er in je hoofd om ging. Praten over wat je bezighield, deed je niet graag. Jij, mijn zomerkind, geboren Kreeft - ook al had ik het graag anders gezien - af en toe wilde ik de woorden wel uit je trekken, maar ik besef dat jij jij bent en dat dat goed is.


En nu ben je een jonge puberdame. Af en toe hebben we het leuk, af en toe lopen we tegen elkaar te schreeuwen. Soms maken we afspraken en houden we ons daaraan - niet meer schreeuwen, niet meer weglopen uit een discussie, maar luisteren en elkaar uit laten praten. Soms herinner ik je aan deze afspraak, soms is het nodig dat jij mij er aan herinnert. En dan ben ik trots op je - zo leren we van elkaar en met elkaar.


Vandaag gleed je dus je bassischooltijd uit. Een afgesloten boek en een nieuw onbekend begin. Ik zie je groeien, gelukkig niet alleen maar in de groeicurves bij de GGD. Vol verwachting kijk ik, naar hoe je veranderd en ik kan alleen maar bekennen, dat ik het spannend vind te ontdekken, wat er achter ieder nieuw stukje Anouk verscholen gaat. Ik hoop dat je afgelopen schooljaar een basis hebt gelegd en je het steeds makkelijker gaat vinden, je innerlijk met anderen te delen. Dat is mijn wens van mij voor jou!


Lieve kouwe kikkertje van me - na de zomer ga je aan een nieuw verhaal beginnen. Ik zie en merk dat je er vertrouwen in hebt, net als ik. Ik ben blij met wat er dit jaar allemaal met je gebeurd is; je groeiende zelfvertrouwen en bewustzijn - het maakt je mooier, iedere dag.


Mocht je af en toe geen raad weten met jezelf, weet dan dat ik er altijd voor je ben om je te helpen of je te troosten. Al is het midden in de nacht, als je 12 bent of 23 of zelf moeder. Ik ben er voor je!


Ik weet - je hebt er niet altijd zin in; vergeef me dat ik je soms nog even lekker bij me op schoot wil hebben. En zoals toen je wil voelen, je wil bereiken en de energie tussen ons wil voelen, zoals toen......die zomer dat je werd geboren uit mij.


Lieve schat, ik houd van je!


XXX









dinsdag, mei 05, 2009

Kinderleed






In slowmotion zie ik haar voorbij komen. In een blauwe bodywarmer en wit truitje. Blonde lange haren, slordig in slierten langs haar hoofd. Buitelend wordt ze door de lucht geworpen, alsof ze een pop is.


De techniek op tv speelt tikkertje met mijn verwarring. Wat zich aan mijn netvlies ontvouwt, kan niet waar zijn, toch weet ik vanaf seconde één, dat het echt gebeurt. Dit meisje is geen pop, maar een jong mens, van vlees en bloed. En haar bloed vormt hier en nu een plasje buiten haar lichaam.



Een paar uur hiervoor is ze mogelijk voor dag en dauw opgestaan, om deel te nemen aan een feest. Een volksfeest, zoals ze dat van jongs af aan heeft meegemaakt en waarvan ze weet dat haar hart een sprongetje maakt.



Onaantastbaar zou ze moeten zijn. Maar dat is ze niet. Dat heb ik net tot mijn grote ontzetting kunnen zien. Een gek heeft bepaald, dat haar einde vandaag gekomen is.



Ik sla mijn handen voor mijn gezicht, want ik wil niet zien, hoe een gek haar leven neemt. Ik wil niet zien hoe het noodlot haar leven stopt. Ik wil niet voelen, hoe verschrikkelijk het voor haar ouders is, de wetenschap dat hun kind er niet meer is. Hun leven in een klap nooit meer hetzelfde. Ik wil niet voelen hoe een mensenleven in luttele seconden verandert van een feest in een drama. Ik wil niet voelen hoe een grote groep mensen, door feestvreugde verbonden, toeschouwer wordt van dit drama.



Ik wil niet met mijn neus op de feiten; zien dat de wereld alweer niet mooi is, en de mensen erop soms nog minder.



Het is tè verschrikkelijk. Maar het is de waarheid.



Ik kan het me niet veroorloven te struisvogelen, want ik weet dat het waar is; in een fractie van een seconde wordt je geboren en in evenzo korte tijd, kun je er ook niet meer zijn. De enige zekerheid die je hebt, is dat een leven eindig is. Maar dat die wetenschap, op dit moment - hier en nu, op deze vreselijk manier tentoon wordt gespreid - ik kàn er niet tegen. Niet.


Eindig. Zo is het dus ook met kinderlevens. Wrang maar waar. Al zou ik willen, dan nog kan ik niets veranderen aan de realiteit. Het raakt me op een verschrikkelijke manier. Op precies dezelfde wijze waarop ik vroeger van streek kon zijn, als er iets gebeurde wat erg was en wat ik niet kon bevatten. Een huis in brand, een kind voor de rest van zijn leven gehandicapt, een vader uit zijn gezin gerukt, onrecht en oorlog.

Zo voel ik me nu; nog net zo machteloos als toen - al het leed van de wereld op mijn schouders.


Het gevoel verstikt me, ik zou er uren over kunnen huilen.



Ik kan er niets aan doen, dat er kinderen zijn die tussen vechtende ouders staan. Ik zou ze willen troosten en daarmee mezelf. Ik kan er niets aan doen; kinderen die iedere dag lichamelijk dan wel geestelijk finaal mishandeld worden. Ik zou ze willen beschermen en daarmee mezelf. Kinderen die het maar zelf moeten uitzoeken. Ik zou ze willen vinden en daarmee mezelf. Kinderen die achter slot en grendel verborgen worden gehouden voor de rest van de wereld. Ik zou ze willen verwarmen en daarmee mezelf.



Mijn moeder zei het vroeger al - je bent een èchte wereldverbeteraar. Ze vergat me niet te vertellen dat dat mooi en goed was, maar liet me ook de andere kant zien - de realiteit, de onmogelijkheid iets te kunnen veranderen in je eentje, de werkelijkheid van alle dag - dingen die gewoon gebeuren en het niet uitmaakt of je op je kop gaat staan - ze gebeuren toch.


Een mens verandert in de basis zelden.


Zelfs of juist nu - eind april, begin mei - het herdenken van de doden en het vieren van de vrijheid - ik voel de opstand en pijn in mezelf. En de onmacht rondom kinderleed. Anne Frank, die de twee laatste jaren van haar leven, doorbracht in het Achterhuis. Zich mòest verstoppen omdat er een gek rondliep met waanideeen. Zich kòn verstoppen dankzij goedwillende mensen, die in staat waren hulp te bieden.

Dat ze uiteindelijk door toedoen van diezelfde gek, toch nog de dood vond, is in- en intriest.


Het doet me pijn om hier een link voelen, ruim 50 jaar verder - twee onschuldige meisjes die de dood vinden, zonder dat zij er ook maar iets aan hebben kunnen veranderen.

























dinsdag, april 07, 2009

Tweeluik






Ik wilde hem eigenlijk niet missen, maar ook niet hèbben - Oktober van Blof. Tweestrijd ten top, als zo vaak in mij. Het niet willen missen, overwon uiteraard. Mijn nieuwsgierigheid ook: het willen weten of ik het mis had, of ik op mijn intuitie kon vertrouwen. Dus ik kocht hem meteen, in oktober 2008.


Al luisterend werd ik bevestigd in mijn vermoeden; dit album zou mij geen goed doen. Weemoedigheid ten top, teksten die door merg en been gaan. Over dood, verlies van kracht, gebrek aan levenslust.

Tegen beter weten in luisterde ik of ik iets hoorde en vond wat het tegendeel zou bewijzen. Maar nee, het bracht me dieper. Juist daar waar ik niet wilde zijn. Daar ook, waar ik moeite mee heb en niet omheen kan; de herfst en winter.


oktober



"Oktober is de wreedste maand, oktober. Met de dingen die voorbij gaan, maar wel ergens blijven hangen, ze komen steeds weer bij ons terug ergens in oktober"




En dat klopt; oktober ìs wreed. Ik ben geen ster in Oktober, eigenlijk helemaal niet meer vanaf het moment dat de bladeren gaan vallen. In eerste instantie kan ik er nog wel van genieten; de prachtige kleuren in de bossen. De geur van nat blad als bodembedekker. Af en toe nog wat zonlicht door de bladeren heen. Ik neem het in me op, maar het geeft me geen kracht - ik voel eerder dat ik verlies. Dat ik afscheid neem van de zomer, van de energie en dat ik in mijn hol kruip. Low level leef. Overleef. En wacht. Tot het weer licht wordt.




En dan doen de woorden/muziek van Oktober mij geen goed. Het klopt; het hoesje ligt ergens los te slingeren en de cd krijgt krassen en wacht in de hoop dat ie ergens weer wordt opgepakt.



De teksten grijpen me naar mijn keel. Het herkenbare donkere, mijn gevoel wat zó in overeenstemming is met wat ik hoor. Verwoord worden gevoelens, die zowel ondefinieerbaar als herkenbaar zijn. Kan er wèrkelijk niet naar luisteren. Het heldert me niet op, laat me niet fleuren; iets wat wel fijn is als je het vindt in muziek en ook zo bedoeld is; helend, verzachtend en energiegevend te zijn.


Wat was ik blij en opgelucht toen ik hoorde, dat Oktober gezien mag worden als deel één van een tweeluik. En dat er hoop is op herstel. Weg van de winter, weg van mijn hol.


April werd verwacht en ik smachtte ernaar.


En afgelopen zaterdag was het zover.


April is krachtig en levendig. Hoopvol. Ge-wel-dige teksten op prachtige muzieklijnen, verrassende instrumenten. Subtiel maar niet te ontkennen. Gevoelsmatig ook nu weer totaal in balans met hoe ik me voel. Het klopt zó allemaal, zo één voel ik me met wat ik hoor. Barstend van de energie, kloppend zacht, overtuigend, levend. April is licht, net zoals ik.

Ik heb geen moeite met April. Daar waar af en toe teksten toch wat donker zijn, haal ik ze met gemak zèlf op. Heerlijk!

April laat je bloed stromen en uitkijken in hoop en verwachting. Een lang lint van sprankelingen, positiviteit en kracht, aaneengeregen door de licht- en luchtigheid.


Wat ben ik blij met April en mij! Het voelt bijna als thuiskomen na een verre reis. Loskomen van je vluchtstrook, nadat je uren met pech hebt gestaan. De lente in je opsnuiven, genietend van geuren en kleuren. Ogen en oren open; ongelofelijk mooie details in je opnemen. Kansen zien en benutten. Open en vrolijk. Hier is dat gevoel weer en ik omarm het!


April


"Hier is dat gevoel weer. Van hoop en verwarring en armenvol liefde. Hier is dat gevoel weer. Dat je verder brengen zal.


vrijdag, maart 27, 2009

Boos, nou zeg maar laaiend!


Ik ben boos, nou zeg maar laaiend!


Eigenlijk weet ik niet waarop ik nou bozer ben; op mezelf of op mijn collega's, die maar menen dat mijn afdeling een soort van stortbak is, waar je alles kunt dumpen. Alsof we heel de dag uit onze neus zitten peuteren, in plaats van overbelast te zijn.


Het zou tever gaan om hier gedetailleerd weg te zetten hoe protocollen geschreven zijn, hoe afspraken en verhoudingen liggen.

Het zou ook tever gaan om hier weg te tikken, waaròm ik of een collega even wat anders reageer(t) dan gebruikelijk.


Bij mezelf dus maar.


Ik baal van mezelf; omdat ik steeds vaker geconfronteerd word, met de moeite die ik heb met het "slikken en stikken principe". Van mezelf dus, voor de duidelijkheid.

Vroeger voelde ik het slikken en stikken totaal niet, het deerde me niet, zogezegd. Of had ik er een manier op gevonden om het niet te voelen. Totaal genegeerd, heb ik mezelf dus.

Dat kon vele redenen hebben: zelfbehoud, the easiest way out of pure angst.


Ieder mens heeft zo van die pijnpunten: dingen waardoor hij of zij dichtklapt of totaal niet meer kan reageren of er voor kiest nog liever dood te gaan, dan te zeggen wat men denkt.


Zo is het in ieder geval met mij. Altijd geweest. Nou, nee trouwens, niet altijd zo geweest, maar zo gemaakt.

Misschien was het proces al ingezet, het pijnpunt al ontstaan, nog voordat ik bewust besloot te slikken en stikken. Ooit, lang geleden, besloot ik mijn mond te houden, al was het maar voor de lieve vrede. Ooit besloot ik, niets meer van mezelf te laten zien, omdat de ander dat niet waard was en me uiteindelijk toch de grond in zou boren.

Net zo lang geleden besloot ik, dat ik liever een muur op trok, mijn mond hield, dan mijn mening te geven. Omdat het toch nooit goed was of in ieder geval heeeeeel anders, want ik zag het àltijd verkeerd.


En nu ken ik mezelf niet meer.

Slikken en stikken, dat kàn ik niet meer. Wil het niet meer. Wil en kan mezelf niet meer verloochenen. En ik worstel ermee. Zoekende naar de manier waarop ik dingen in oorsprong zou hebben aangepakt. Ik weet het niet eens meer. Is dat niet erg?


Maar hoe ga je met zo'n bewustwordingproces van niet meer willen stikken om?

Een tijdje geleden gooide ik uit pure onmacht met een bord. Ik hield het niet meer binnen, maar er kwam iets ongecoordineerds uit. Nooit eerder gebeurd, want "je gooit nou eenmaal niet met borden, zo hebben wij je niet opgevoed".

De scherven heb ik uit pure woede gewoon een hele week in een hoekje laten liggen. Ik dacht - stik maar......


Daarna kwam het "woordelijk" heel boos worden, in de veilige omgeving van mijn relatie. Ik kon geen ruzie maken en ging ieder conflict uit de weg? Nou, je had me eens moeten zien! Een viswijf was er niets bij. En god, wat voelde het goed om uit mijn dak te gaan van woede, te zeggen wat ik vond en voelde. Maar een beetje voorbij de grens van fatsoen, vind ik het nog wel eigenlijk. Dubbel dus.


Andere momenten slikte ik wel, maar deed er persoonlijk een schepje boven op. Jij doet mij pijn of onrecht aan? Moet je eens kijken, wat ik kan! Gevoelens van wraak speelden op en kwelden me. Ik deed er niets mee, althans niet bewust.


Ik leer. Al die verterende gevoelens; ik wil ze niet meer. Het moet eruit....


Vandaag was er dus mijn collega Dorien. Normaal gesproken kan ik het heel goed met haar vinden. We vinden elkaar aardig, kennen elkaar net iets beter dan de gemiddelde collega.

En we hadden een zakelijk affekietje. Een behoorlijk akkefietje. Ik wìst zeker, dat ik in mijn recht stond. En ik voèlde dat ze me manipuleerde en probeerde te ondermijnen met haar woorden. Hard en schel. En haar blik - deed me zo denken aan........daardoor schoot ik in slikken en stikken; onder de indruk en niet in staat iets uit te brengen.

En ik slikte en stikte, vanuit mijn oude angst om afgerekend te worden op mijn mening. Ik beet mijn tong af, moest mijn woede echt zo verschrikkelijk binnen houden. En mijn angst binnen de perken. Drie tellen later liep ik weg, weg van het conflict - ik had mijn mond gehouden, maar mezelf wel onterecht met drie uur extra werk opgezadeld. Af laten schepen als een klein kind, zoals vroeger.....


Terug aan mijn bureau kwam de emotie eruit. Laaiend was ik - niet in de laatste plaats op mezelf; vanwege zoveel onkunde om te gaan met bepaalde situatie's. Alweer kwam ik te laat, reageerde ik niet expliciet en alweer wond ik er allerlei doekjes om. Alweer zei ik niet wat ik dacht. Stom stom stom!


Zojuist heb ik mezelf verzekerd, dat ik in mijn recht sta - heb de protocollen er nog eens op na geslagen en even contact gehad met mijn leidinggevende.

Maandag gaan we het gesprek aan.


En nu....... ga ik het proberen los te laten, want het kost me teveel energie.













zaterdag, maart 07, 2009

Wat zou je gelukkig zijn...


Tis toch vreemd hoe soms de dingen soms bij elkaar komen.



Gisterenavond keek ik naar een film met Bratt Pit - Jonathan Button. Een film over oud geboren worden in een jong lichaam, over jonger worden, leven, opgroeien, wijsheden verzamelen, bijzondere mensen die je pad kruisen en uiteindelijk sterven in een jong lichaam. Gewoon omdat je aan het begin staat, lichamelijk. Een heel aparte film, die je af en toe behoorlijk laat nadenken.



At the end you have to let go (so you might as well.....)


Je kunt moeilijk doen over de dingen in je leven, maar aan het einde moet je tòch alles loslaten, dus waarom niet meteen loslaten, als je het nog kunt en er van kunt leren en groeien?



Vorige week ging ik mijn dochter ophalen bij haar opa, van vaders kant. Sinds een jaar of wat is hij gediagnostiseerd met een vrij zeldzame, progressieve vorm van dementie. Hij wordt dit jaar 64 jaar. De vorm van dementie die hij heeft, wordt gekenmerkt door zeer verward, aggressief, angstig en zwaar depressief gedrag. Een hel voor hemzelf; wat verschrikkelijk om zo bang te zijn, maar ook voor zijn omgeving, omdat ze degene waarvan zij houden, kwijtraken terwijl hij nog in leven is.



Ik ken hem vanaf mijn zestiende, het moment dat ik verkering kreeg met zijn zoon. Een lieve man, die het op een bepaalde manier niet makkelijk had met het leven. Hij was zeer zorgzaam, bezorgd en sociaal. Vond het lastig om te praten over wat hem bezig hield, maar op een bepaalde manier hoefde hij dat ook niet met mij - we voelden elkaar aan. Zonder dat we het uitspraken, wisten we dat we het soms moeilijk hadden met onze omgeving en dat we op een bepaalde manier vochten om overeind te blijven in een wereld waar iedereen gilde om het hardst.


Ik herinnner me dat hij met mij stad en land heeft afgereden, om de juiste bruine laarzen te vinden. Al had hij naar het einde van de wereld moeten rijden......Mooie herinnneringen. Vooral omdat het liefdevolle gezin, waar hij deel van uitmaakte en waarvoor hij voor door het vuur zou gaan, diepe indrukken op mij achterlieten. De vanzelfsprekendheid van het voor elkaar willen zorgen, het beschermende, ik was het niet gewend en genoot er met volle teugen van.


Wat was hij trots toen ik met zijn zoon trouwde - hij kon het niet zeggen, maar hij straalde het uit en heeft ons blij verrast met zijn gevoelens per brief, die we pas open mochten maken, na de bruiloft.


Ik kan niet benoemen hoeveel uren hij bij ons heeft doorgebracht, schilderend en klussend in het algemeen......fluitend.


In de maand waarin ik zwanger was van zijn eerste kleinkind, mijn zoon Y., hing zijn leven aan een zijden draadje. Vier hartinfarcten, die hij ternauwernood heeft overleeft en die zijn leven voorgoed veranderden. Het zat er natuurlijk altijd al een beetje in, dat angstige. Hij durfde en kon voor zijn gevoel niet meer op zijn lichaam vertrouwen en was als de dood zo bang om het leven weer aan te gaan. Ik wed - als men hem toen gevraagd zou hebben; wil je nog? - dat hij het ontkend had.


Maar zijn hart bleef kloppen en hij kon niet anders dan door te leven, zo goed en zo kwaad als dat ging.


Onze scheiding, tussen zijn zoon en mij, heeft hem naar mijn idee de genadeklap gegeven. Nooit had hij gedacht dat iets wat zo mooi was, kapot kon gaan of gemaakt kon worden en hij gaf de weelde de schuld. Ze hebben het allemaal te goed, zei hij dan, of - ze hebben niet meer geleerd ergens voor te vechten. Recht door zee, was hij - en ja, hij kon uitspraken doen waarbij sommigen hun schouders ophaalden en dachten - die is gek, maar ik begreep hem wel.


Ook begreep ik hem wel toen hij gevoelsmatig achter zijn zoon moest en wilde staan en mij liet voor wat ik vanaf dat moment was - iemand die hij gekend had en die hij niet meer op dezelfde manier in zijn leven kon hebben. Toch wist ik dat waar wij elkaar ook ooit nog zouden zien, ècht zien, in de mooiste zin van het woord - we zouden elkaar blijven herkennen.



Vorige week ging ik dus mijn dochter ophalen, na een dagje logeren bij opa en oma. Zoals gewoonlijk deed oma de deur open en een paar stappen later, zag ik hem zitten in de bank. Blik op oneindig en leeg, afwezig en herhalende bewegingen, onrustig in zijn lichamelijke uitingen. Oma vroeg hem of hij mij nog kende - zonder twijfel een vette ja. Iets wat mijn hart een sprongetje liet maken.


Medelijden ook - wat een leven; ik bedoel - zijn leven is een grote angst, hij weet dat hij het niet meer weet en verlangt naar het moment dat hij rust heeft. Zo'n levenslustige, lieve man - het zou niet moeten zijn.


Vier dagen in de week verblijft hij inmiddels in een gespecialiseerde, kleinschalige dagopvang. In het begin had hij het slecht; "weet je wel hoe het is, om daar tussen die gekken te zitten?"

Nu weet hij niet meer wat hij twee minuten daarvoor heeft gedaan. Kan hij zichzelf niet meer douchen. Kan de koelkast niet meer vinden. Weet niet dat hij behalve sokken, ook nog schoenen aan zijn voeten nodig heeft. Zijn wereld is klein en eng geworden. Het zou niet zo moeten zijn en wat zou hij gelukkig zijn als hij niet meer hoefde.....


We zijn elkaar nooit helemaal kwijt geraakt, daar ben ik blij om. Dat kleine moment van herkenning laatst; ik koester het.


Het doet me pijn, dat hij de wereld iedere dag een stukje meer verlaat.


Eigenlijk heeft deze lange lijdensweg voor hem geen enkel nut meer.


Het leven gaat zoals het gaat, ook dat van hem.


En als het tijd is, zal hij gaan, niet eerder. Maar wat zou hij gelukkig zijn.....






zaterdag, november 29, 2008

Er zit een zwaan op de weg - Judith


Er zit een zwaan op de snelweg.


In eerste instantie herken ik haar niet, maar naarmate ik dichterbij kom, trekt ze op statige wijze mijn aandacht. Ze kijkt alsof zij iets weet, wat in mij nog niet is opgekomen - namelijk dat zij het onderwerp zal zijn van deze blog.


Ze ziet er vriendelijk en onaantastbaar uit. Dat laatste is vreemd, want ze bevindt zich in een wel heel benarde situatie.


Het zachte, witte, vriendelijke van een levend wezen, in schril contrast met het ongenaakbare grijs van het asfalt. Gelukkig is het zaterdag en gelukkig zit ze op de linker rijstrook.

Ik kom dichterbij en zie dat ze écht op haar gemak zit, ze verroert geen vin, terwijl een stroom auto's aan haar voorbij raast; met 120 per uur. Het lijkt alsof ze lacht, maar het is vast alléén mijn maffe gedachte dat ze geen vlieg kwaad zal doen.

Vooralsnog is ze een bezienswaardigheid waardoor de meeste automobilisten haar bijna teder benaderen en haar door een beheerste zwaai aan hun stuur omzeilen. Een zwaan op de snelweg.

Ze moet wel een klein beetje van het padje zijn. Welke zichzelf respecterende, met gezond verstand behapte zwaan haalt het in haar hoofd om op zaterdagochtend met haar kont op koud asfalt te gaan zitten? `

Misschien wist ze heel goed wat ze deed, en was haar actie weloverwogen? Door de weeks moet je zoiets al helemaal niet doen. Kun je er donder op zeggen, dat het slecht met je afloopt.

Om nog maar niet te spreken over het menselijk leed, wat je mogelijk veroorzaakt. Eén niet oplettende automobilist en niet alleen jouw leven ligt op straat. Aan flarden.

Deze zwaan, tis en blijft een vreemde eend in de bijt. Ik weet niet, maar op een of andere manier doet ze me nog geen uur later, denken aan iemand die ik al een tijdje zijdelings meemaakt.

De dame in kwestie, ik ken haar nauwelijks - dus het is maar een gevoel; ze komt op mij onaantastbaar over. Ik vermoed dat ze ooit heel zacht en kwetsbaar is geweest, maar dat ze tegenwoordig wel uitkijkt. Door het leven getekend, zoals iedereen - mogelijk verklaart dat haar houding. Tis een heel slimme vrouw en mooie vrouw ook nog, al ziet ze dat blijkbaar op dit moment helemaal niet.

De vrouw is een beetje zuur aan het worden. Er zijn maanden, misschien wel jaren voorbij gegaan; jaren waarin ze haar leven in eigen hand had. Zij bepaalde. Mocht veel van zichzelf. Das een mooie vrijheid. Het maakte dat ze was wie ze was - iemand waar haar omgeving met bewondering naar keek.

Nu lijkt het alsof ze niet meer bij die vrijheid mag komen. Let wel - er is niemand die haar iets verbied - ze doet het allemaal zelf. Jammer voor de vrouw.

Ik denk dat het haar heel goed zou doen; op excursie ver weg van haar meest recente gedachtengangen.

In mijn ogen zit hierin de mooiste overeenkomst tussen de zwaan en vrouw; ze mogen beiden even de weg kwijt zijn, maar misschien kunnen ze elkaar verleiden tot een uitstapje richting vrijheid.